Parasha 9 Wajeesjev En hij vestigde

Lezen Genesis 37:1-40:23; Amos 2:6-3:8; Mattheüs 1:1-6; 16-25

De vorige Parasha heeft veel indruk op mij gemaakt. Nog niet eerder sprak de ontmoeting van Jakob met de man, en later met Esau zijn. Wij gaan verder. Jakob is in Hebron. De zonen worden groter, en vanaf dit moment komen twee zonen in beeld: Jozef en Juda. Het is een begin van een prachtige lijn in de Bijbel: Juda en Efraïm. De lijn gaat door tot in Openbaring, tot in deze tijd.

Wat is de lijn, of zijn parels deze week? Wat sprong er voor mij uit?

Genesis 37:1 Jakob is terug in het land. Hij vestigde zich in het land der vreemdelingschap.

Genesis 37:2 Dan staat er ‘dit is de geschiedenis van Jakob’. Maar dan komt Jozef, de zoon van Rachel. Rachel was de geliefde vrouw. Omdat ik deze studie schrijf zonder naslagwerk, kan ik alleen benoemen wat in mijn herinnering te boven komt. Dat is voor de betekenis van de naam: ‘Mag de HERE mij nog een zoon bijvoegen’.

Genesis 37:4-11 Wat hebben we al een strijd gezien in Genesis. Isaak versus Ismaël. Esua versus Jakob. De zonen van Jakob versus Jozef. Er is haat, omdat Jakob hem meer liefheeft. Ook omdat hij negatief spreekt over zijn broers, en een pronkgewaad kreeg. Het conflict komt helemaal op scherp te staan als Jozef twee dromen kreeg. De uitleg is ‘de broers zullen eens voor hem buigen’. Het lijkt alsof Jozef dit nogal enthousiast verteld. De broers kwaad, maar Jakob bleef het in zijn achterhoofd houden.

Genesis 37:18-22 Als Jozef eens door Jakob naar zijn broers werd gestuurd om te vragen en het zelf zien, kregen de broers een plan. Opvallend trouwens dat ze dicht bij Sichem waren. De plek waar ze een verleden hadden. Ze zagen Jozef van verre aankomen. Eerst is het plan om hem te doden, maar de eerstgeborene Ruben verhindert dit. Uiteindelijk zetten zij Jozef in een put. Dat lijkt mij een vreselijke ervaring. Ruben hoopt dat hij hem kan redden.

Genesis 37:23-28 Terwijl Jozef in de put, gaan de broers eten. Het plan wordt nader ingevuld. Nu neemt Juda het voor Jozef op. Hij red hem van de dood. Wat moeten ze dan? Ze zien Ismaëlieten voorbij trekken. Nageslacht van Ismaël, de halfbroer van hun opa, Isaak. Ze verkopen Jozef aan hen. Zo komt Jozef in Egypte terecht.

Genesis 37:29-35 De broers besmeuren het pronkgewaad met bloed van een geitenbok. Het verscheurde kleed (symbolische betekenis?) brengen ze naar Jakob. Jozef is dood. De zoon van zijn geliefde, ook al overleden vrouw Rachel. Ontroostbaar.

Genesis 38 Heel lang heb ik me afgevraagd, waarom het verhaal van Jozef onderbroken wordt door de keuzes van Juda in beeld te brengen. Juda, zijn naam heeft te maken met Hem lofprijzen. Ik geloof dat de keus om van Jozef even terug te gaan naar één van de broers zeer bewust is gemaakt. Vanaf dit moment wordt twee lijnen zichtbaar. De lijn van Jozef en de lijn van Juda. Ik heb daar een cursus over gemaakt, 3 seminars. Centraal staat daarin een gedeelte uit Ezechiël 37, waarin op een geweldige wijze wordt uitgebeeld en geprofeteerd dat Juda en Efraïm (de Jozefieten, het huis van Israël).

Genesis 38:1 Juda gaat bij zijn broers vandaan. Hij vestigt zich ergens anders. Een opvallende keuze maakt hij: trouwen met een Kanaänitische. Hij krijgt 3 zonen. De oudste trouwt op voorsprak van Juda met Tamar. Hij overlijdt kinderloos, nadat en dat is nogal iets hij zondigde tegen de HERE en door Hem gedood werd. Bij de tweede gebeurt hetzelfde. Juda wil nu niet dat de derde zoon met Tamar het zwagerhuwelijk aangaat, en stuurt haar voorlopig terug naar haar vader, met de reden: hij is te jong. Wat een pijn bij Tamar. Zeker nadat Juda, inmiddels weduwnaar, zijn verplichtingen niet nakomt.

Genesis 38:13-19 Ook hier komt een plan. Tamar doet zich voor als een prostituee op het moment dat Juda maar een schaapscheerdersfeest gaat. Juda gaat verleiding en wil gemeenschap met haar. Daarin is hij bereid ver te gaan. Zijn staf, snoeren en zegelring, tekenen van een stamhoofd, geeft hij als onderpand.

Genesis 38:20-26 Tamar wordt zwanger, en dat is haar doel. Drie maanden later hoort Juda van de zwangerschap. Zelf realiseert hij zich dat hij de vader is. Als het onderpand getoond wordt, komt Juda tot herkenning en erkenning. Zij staat in haar recht.

Genesis 38:27-30 Tamar krijgt een tweeling. De geboorte kent een wonderlijk moment. In wezen gaat het om wie de eerstgeborene is. Hier is het Perez. Maar de eerstgeborene, een zeer belangrijk iets gaat in dit deel van Genesis een grote rol spelen.

Genesis 39:1 We verlaten Juda even en keren terug naar Jozef. Die maakt nogal wat mee. Hij vestigt zich, kun je dat wel zeggen, in Egypte. Onvrijwillig, als een gevangen slaaf. Maar de Regisseur blijkt weer eens aan het werk. Jozef komt bij de overste van de lijfwachten van Farao terecht.

Genesis 39:2 Dan komt er een parel: En de HERE was met Jozef.

Genesis 39:3-7 Overal waar hij is, werkt en wat hij doet, de HERE zegent hem. Dat wordt opgemerkt door Potifar en hij krijgt alle verantwoordelijkheid.

Genesis 39:7-19 Er is nog één die dit opmerkt. Niet alleen dat Jozef zo gezegend is, maar ook dat hij schoon is. De vrouw van Potifar. Zij probeert Jozef te verleiden. Jozef blijft wel standvastig. Zijn standvastigheid komt hem duur te staan. Hij komt opnieuw in een put, nu is het de gevangenis.

Genesis 39:21 Wat lezen we dan. Opnieuw de parel: Een de HERE was met Jozef. In zijn diep verdriet, eenzaamheid (tenminste dat vermoed ik), in de gevangenis. De HERE zegende Jozef en hij krijgt vergaande verantwoordelijkheden.

Genesis 40 Dan komt het bekende hoofdstuk van de schenker en de bakker. Zij zijn door de Farao gevangen gezet en krijgen beiden een droom. Jozef merkt hun sombere gezicht op. Ze hebben een droom gehad. Beiden krijgen van Jozef de uitleg. God helpt hem. De schenker komt vrij, maar vergeet Jozef. Jozef had gevraagd om zijn onschuld bij de Farao bekend te maken, Maar God vergeet Jozef niet. Dat lezen we volgende week.

Amos 2:8 Daar lezen we de prachtige link met de Thora. De overtreding om een rechtvaardige voor geld te verkopen. God vergeet de rechtvaardige Jozef niet. Ook vergeet hij de overtreding niet.

Amos 3:7,8 eindigt met twee parels. ‘Voorzeker, de Here HERE doet geen ding, of Hij openbaart zijn raad aan zijn knechten, de profeten.’ Deze vind ik indrukwekkend: ‘De leeuw heeft gebruld – wie zou niet vrezen? De Here HERE heeft gesproken – wie zou niet profeteren?’

In Mattheüs lezen we iets wonderlijks. Tamar, die zwanger werd van Juda, komt in de geslachtslijn van David (en daardoor van Jezus) terecht.

Ook wordt een andere Jozef genoemd. Een rechtschapen man. Hij krijgt ook een droom. Een engel verscheen hem in een droom. Blijf bij Maria, want uit haar zal een zoon geboren worden. Immanuël. De Messias, die kwam en opnieuw zal komen om het Koninkrijk in volheid te vestigen. 

Desertrose International
Touching heaven, changing earth