Parasha 50 Wanneer gij komt in het land (Ki Tavo)

Lezen Thora: Deuteronomium 26:1-29:9 Haftara: Jesaja 60:1-22 2e Testament: Mattheüs 4:13-24

Een bijzondere Parasha. Velen kennen hoofdstuk 28 over zegen en vloek. Alleen daar al valt veel over te zeggen. De andere hoofdstukken bevatten ook veel gedachten, waar we van kunnen leren. Toch kies ik ook deze week om niet gedetailleerd weer te geven, maar een lijn te volgen die mij opviel. In het westen leggen we de nadruk veel op persoonlijk geloof. In de Bijbel is er minimaal zoveel aandacht voor het collectieve geloof. Ergens heeft mijn lijn vandaag daar mee te maken. Israël is geroepen om (aandachtig) naar Zijn stem te luisteren, zij hebben een speciale bestemming: op Hem vertrouwen en Hem te laten zien voor het oog van de volken.

Wat bedoel ik daarmee en hoe komt dat in deze Parasha naar voren?

Deuteronomium 26:1-11 De Parasha heeft als titel ‘komen in het land’. De eerste vruchten van het land zijn voor Hem. Het is voor Hem, zoals het land van Hem is. Hij heeft ons uit Egypte geleid en gebracht naar deze plaats, naar het land, vloeiende van melk en honing.

Deuteronomium 26:12-15 Bij het geven van tienden zullen deze woorden worden uitgesproken. Het eindigt niet met een vraag om persoonlijke zegen, maar zegen ‘uw heilig volk Israël en het land, dat Gij ons gegeven hebt’.

Deuteronomium 26:16-19 Aan het slot van deze rede legt Mozes de nadruk op het luisteren naar Zijn stem. Als dat gebeurt en Zijn geboden worden gehoorzaamd, dan zal Hij ‘u verheffen tot een lof, tot een naam en een sieraad, boven alle volken die Hij geschapen heeft’. Het volk zal geheiligd zijn.

Deuteronomium 27:1-10 Na de overtocht door de Jordaan zullen in het land als eerste stenen worden opgericht, beschreven met de Thora. Het zijn gedenkstenen. Daarnaast zal een altaar worden gebouwd, offers worden gebracht. Mozes spreekt uit, dat het volk moet zwijgen. Ze zijn het volk van de HERE, uw God, geworden. Naar Zijn stem moeten ze luisteren.

Deuteronomium 27:11-25 Het volgende wat ze doen is naar de berg Gerizzim gaan, waar de zegen door een aantal stammen wordt uitgesproken. In deze verzen staan de vloeken geschreven, die de andere stammen op de berg Ebal uitspreken.

Deuteronomium 28 En dan komt een indrukwekkend hoofdstuk. Nogmaals maakt Mozes duidelijk wat de gevolgen zijn van aandachtig luisteren naar de stem van God en zijn geboden doen. He volk zal door God verheven worden boven alle volken van de aarde. De zegeningen zijn persoonlijk, het betreft het hele leven, maar samen laten ze zien aan de wereld. Hij is het die ons zegent. Het heilige volk wordt bevestigd, en alle volken der aarde zullen zien dat de naam van de HERE over u is uitgeroepen. Daardoor gaan de volken Hem vrezen, ontzag krijgen. (vers 9, 10). Israël zal niet de staart zijn, maar het hoofd van de volken (vers 13).

Maar luisteren ze niet, onderhouden ze niet zijn geboden, dan komt er vloek. Gedetailleerd noemt Mozes de vloeken. Opnieuw zullen de vloeken persoonlijk, maar ze zullen een spotrede zijn onder de volken (vers 37).

Een onbekend volk zal komen, en alles verdelgen. Uiteindelijk zullen zij het land moeten verlaten en worden verstrooid naar de einden van de aarde. Wat Mozes hier spreekt ‘zegen en vloek’, de uiteindelijke verstrooiing. Het heeft allemaal plaatsgevonden. En nog is dit niet het einde: Hij laat Zijn volk niet los…

Jesaja 62 Voor velen is dit ook een bekend hoofdstuk. Het volk en de volken komen hierin terug. De volken zullen het heil van Jeruzalem. In schitterende woorden, parels zoals ik dit in deze studies steeds noem, wordt dit beschreven. De volken krijgen een rol. Gunt Hem geen rust, totdat Jeruzalem gegrondvest is een lof op aarde. Wij mogen stenen verwijderen. Tot het einde van de aarde, mogen Zijn woorden klinken: Zie, uw heil komt.

Mattheüs 3:13-24 Dat heil is naar mijn mening onlosmakelijk verbonden met Jeshua. Met de komst van Zijn Koninkrijk. 

Desertrose International
Touching heaven, changing earth